Wat een Pinksterweekend


Zaterdag 11 juni 2004 om 9.39….tja, wat deed ik 7 jaar geleden op dat  tijdstip? Vermoed dat ik me toen zenuwachtig in mijn trouwpak aan het hijsen was bij  mijn ouderlijke woning. Een schitterende zomerse dag met uiteraard een afsluitend feestje zoals bij ons past. Een rustdag daarna en vervolgens 20 dagen Maleisië en Borneo…vervelend hoor..

Nu, 7 jaar later heb ik mijn vrouw op 11 juni 2011 om 9.39 uur aan de lijn (en zij mij 7 jaar aan het lijntje). Moet even mijn frustratie kwijt. Er zit slechts een afstand van zo’n 650 km. tussen ons. Zij in Klaaswaal, ik in de Vogezen.

Afgelopen zaterdag stond de 3Ballons op het programma. Een mooie cyclo over ‘slechts’ 205 km. en een luttele 4300 hm. Vorig jaar was mijn 1e kennismaking en blies mezelf toen volledig op tijdens de beklimming van de Ballon de Servance. Na deze eerste ‘melkzuur’ klim begon ik me toen weer beter te voelen en maakte er maar een lekkere training van. Het zonnetje begon immers te schijnen en we waren hier toch voor de fun. Op de laatste gevreesde slotklim, La Planche, maakten Wouter Vronheid, Michael Ossieur en ik er nog een mini-wedstrijdje van voor plek 75.

Dit jaar, met een betere voorbereiding en voelbaar betere benen, lagen de ambities toch wel een stuk hoger. Top25 moest zeker haalbaar zijn.

De voorbereiding was misschien niet geheel optimaal. Vrijdagmiddag 13.30 bij CC5311  in Bruchum vertrokken (Tonny zijn nieuwe titanium fiets was binnen) en vanwege vakantieverkeer om iets over half tien ’s avonds in Champagney bij ploeggenoot Frank Scheffer langs om de startbescheiden op te halen. Na telefonisch contact vanuit de auto in de file bij Maastricht (één van de vele verkeersopstoppingen) had Frank zelfs nog een bevoorrecht startnummer voor me kunnen regelen, dus was ik al happy. En aangezien Stefan de gehele rit had gereden, had ik als ‘bijrijder’ niet al te veel geleden van een werkdagje in de auto doorbrengen. Gevolg van onze verlate aankomst was dat we de geplande teammaaltijd op de camping met Herman, Willem, Erik en Gerrit hadden gemist.

De charme van de typische kleinschalige ‘Daan’ camping, bleek uit het feit dat de eigenaresse bereid was om voor Tonny, Stefan en mezelf om 22.30 nog een driegangen menu voor te schotelen..uiteraard met een karafje rode wijn erbij.

Vervolgens fietsen klaarzetten etc. en om iets over half 12 lag ik in mijn bed. Nou ja, bed…ik lag op een matrasje op de vloer van een oude hooischuur. Als ik rechtop ging zitten, stootte ik mijn hoofd..Maar als je moe bent, dan slaap je overal wel..

Met een vroege start om 7.15, hadden we de wekker om half zes gezet. Snel eventjes het befaamde groen/gele panda tenue aangedaan en de bidonnetjes in orde gebracht. Enkel drie stukken suikerbrood naar binnen gewerkt, want de maaltijd van een paar uur daarvoor proefde ik nog. 20 over 6 reden we richting de startplaats die zo’n 15 glooiende kilometers over verlaten landweggetjes van onze rustieke camping verwijderd lag. Ondanks de voorspelde droge start, was het de gehele ochtend al aan het regenen geweest en zodoende lag het wegdek er nat bij. Alwaar ik vorige week in de Ardennaise obv de weersvoorspellingen mijn half hoge Carbon wielen met Vittoria tubes nog omwisselde voor een Conti 4000S draadband, had ik nu (bij gebrek aan ruimte in de auto) geen reservewielen bij en startte zodoende met mijn tubes.

Het bevoorrechte startvak stond al voor de helft vol met gesoigneerde afgetrainde en ambitieuze renners/rensters. De ‘Lage Landen’ waren uiterst goed vertegenwoordigd hier, want de voertaal was veelal Nederlands. Uiteraard was Cyclobenelux reporter Rob weer van de partij voor de verslaglegging van deze schitterende cyclo en nam hij nog een foto van me.

Na de eerste 15 soms wat nerveuze kilometers richting de voet van de eerste col, dacht ik dat de benen wel goed genoeg waren om op te schuiven wanneer dat nodig mocht zijn. Het eerste stuk werd er niet heel hard gereden, maar bij het opdraaien van het smallere en steilere gedeelte ontstonden de eerste scheuren in de voorste groep. Zelf zat ik toen voor het mooie iets te ver van achter en toen twee mannen van Grinta naast me de sprong naar voren maakte, deed ik een poging om mee te sluipen. Dit bleek net iets te veel van het goede en ik besefte dat ik als de wiederweerga mijn eigen tempo moest gaan vervolgen. Zodoende bleef ik op een 20 tal meter hangen. De voorste groep brak ook in stukken en in de afdaling haalde ik wat renners in die iets meer schrik hadden van de natte bochtige afdaling. Een klein groepje met o.a. ploeggenoot Jasper zat vlak voor me en samen met een Veltec renner wisten we na de afdaling weer aan te sluiten. Hier bleek dat een groep van een man of 15, met o.a. Bart Bury, Michel Snel en Bas Canoy vlak voor ons zaten. Samen met de Veltec renner, een renner van Marco Polo en Bob Adriansens reden we het gat naar de kopgroep dicht. Tenminste, ik was in de veronderstelling dat het de kopgroep was..Een paar man waren echter al gevlogen.

Net als vorig jaar voelde ik me na de eerste klim ook lekker  in mijn vel zitten en de benen voelden goed. Voor mij dan geen enkele reden om rustig in het groepje te blijven zitten. Laat mij maar lekker rijden. De Col d’Oderen nam ik bijna volledig voor mijn rekening en bovenop trokken de Grinta mannen Bury en Houben door om vervolgens de natte afdaling voor hun rekening te nemen. (overigens leuk om op Cyclobenelux te lezen dat het gat met onze achtervolgers definitief geslagen was nadat ik het tempo had bepaald).

Ik zat lekker als 3e in het wiel en het viel me op dat ik met mijn tubes meer grip had dan met mijn draadband. Tenminste dat gevoel had ik. Tot ik bij een bochtje iets te hard in mijn achterrem kneep en mijn achterwiel weggleed. De laatste paar bochtjes nam ik door de schrik in mijn lijf iets voorzichtiger en nog een drietal mensen, waaronder Snel steken me voorbij in de afdaling. Beneden aangekomen bleek dat de groep weer ging samensmelten en Bury gaf zijn ploeggenoot het teken om wel de vaart erin te houden. Zo hielden we de kopgroep binnen bereik. Ook hier ging ik voorin een beetje meedraaien en op de Col de Bramont bepaalde ik mede het tempo en was het even wachten tot de renners die een sanitair stopje maakten weer terug kwamen. Net toen ik het tempo weer wilde verhogen, hoorde ik een sissend geluid. Mijn tube van mijn achterwiel liep snel leeg. Wat een kl.te zooi.

Ik zet mijn fiets aan de kant en pak mijn Vittoria pitstop vulpatroon. Kijk even op het flesje en, nadat ik de band geïnspecteerd heb, probeer ik dat spul in mijn ventiel te krijgen. Dit lukt me niet. Mogelijk doordat er een 8cm groot ventiel op zit? Dan maar ventiel eraf halen. Bij de volgende poging spuit ik dat witte spul overal op/in, behalve in mijn tube..Het gewenste effect blijft achterwege en het flesje is zo goed als op. Even later komt er een groep aan waarin ploeggenoot Tonny zit. Hij ziet mij ontredderend staan en gooit zijn eigen vulpatroon naar me toe. Uiteraard ben ik hem zeer dankbaar, maar na ook met dit flesje te hebben gestoeid, houd ik het voor gezien. Ik houd een motorbegeleider van de organisatie aan en vraag hoe ik thuis kan komen. Hij geeft aan dat er bovenop de top een materiaalwagen aanwezig is (tenminste zo heb ik het opgevat). Misschien dat ze daar wel overweg kunnen met zo’n vulpatroon?

Ik besluit dan maar om naar boven te lopen. Ruim 4 km. op mijn nieuwe Sidi schoenen. Het voordeel is dat ik rustig om me heen kan kijken en dan echt pas zie in wat voor een mooie natuurschoon ik terecht ben gekomen. Bij mijn weg omhoog moet ik oppassen dat ik de grote naaktslakken in het natte net gemaaide gras niet fijn trap. Af en toe verzwik ik bijna mijn voet doordat onder het gras veel keien liggen. Bijna al mijn ploeggenoten zijn inmiddels gepasseerd  wanneer ik EINDELIJK het bord van de laatste km. in het zicht heb. Helaas kon niemand me verder helpen, maar het mooie was wel dat iedereen een poging daartoe wilde nemen.

Wat is een kilometer toch lang op je schoenplaatjes….Bovenop zie ik inderdaad een Franse auto met fietsenrek bovenop. Deze blijkt echter verd.mme van de begeleiders van een Frans wielergroepje te zijn. Herman en Gerard komen op dat moment precies op de top en ook zij bieden hun hulp aan. Helaas ook zonder succes.

Mmmmm, begin nu toch wel een beetje stress te ervaren. Zeker nadat ik in mijn beste Frans, gevolgd door Engels bij twee Fransen een lift probeer te regelen en beiden me vervolgens reddeloos op de top achterlaten.

Een paar minuten later merk ik aan de andere kant van de weg een auto met fietsendrager en Belgisch kenteken op. Snel haast ik me naar de bestuurderskant en hoop toch echt dat het een Vlaming is…of tenminste Nederlands spreekt. En ja hoor, het zit me zowaar mee. De 69-jarige gepensioneerde schoolmeester blijkt de heer Lambrechts te zijn en hij is hier als volger van zijn zoon Jan. Deze sympathieke Belg is bereid me mee te nemen en de komende 5 uur blijkt hij ook aangenaam gezelschap te zijn en verstrijkt de tijd met het volgen van zijn zoon nog redelijk snel. Jan blijkt ook een jurist te zijn en sinds 4 jaar ‘besmet’ met de wielerkoorts. Zelf ervaar ik nu ook het afzien van de renners in de ‘buik van het peloton’..Heel wat fietsers met lekke bandjes rijden we deze dag voorbij. Af en toe schieten we iemand te hulp en het valt ons op dat de organisatie uitblinkt in haar afwezigheid met bijvoorbeeld een materiaalwagen of herstelplaats bij de bevoorradingspunten.

Leuk om te zien dat het geen fluit uitmaakt of je nu voor plek 25 rijdt of 891 wordt, zoals Jan uit Tienen. Ook hier herken ik het wielrennertje spelen in de groepen die Jan aandoet. Sommige zie je bewust sparen en andere geven er op elk stukje naar boven weer een flinke slok aan, waardoor de groep weer uit elkaar valt. Jan blijkt zijn rit goed ingedeeld te hebben en rijdt in het heuvelachtige stuk richting Champagney zonder blikken of blozen constant op kop en uiteindelijk weet niemand hem meer te volgen.

Onze gezamenlijke reis stopt in de startplaats, zodat ik enkel nog een klein stukje richting de auto hoef te lopen. Hier kom ik Herman tegen die het na 186 km. wel mooi vindt en de laatste klim voor lief neemt. Door dit jaar nog bijna niet gefietst te hebben, was hij voornemens om de 104km te rijden, maar is toch voor de langere versie gegaan. Op Koen na (ook materiaalpech) blijken alle andere ploeggenoten de tocht te hebben volbracht. De resultaten en belevenissen zijn afwisselend met ieder zijn/haar eigen verhaal.

Om iets over zes vertrekken we weer richting NL, alwaar we tot de conclusie komen dat Stefan in de afgelopen twee dagen drie werkdagen heeft gestopt. 2 als chauffeur en 1 als coureur. Maar als bijna afgestudeerde arts is hij dit wel gewend..

Half twee lig ik weer in mijn eigen bedje…een ervaring rijker. Soms (meestal) loopt het nu eenmaal anders dan je gepland hebt.

Volgende week bij de Eddy Merckx hoop ik weer een lekker stukje voorin mee te kunnen rijden.

Op 2e Pinksterdag rijd ik om half twee langs mijn pa, om samen naar het districtskampioenschap te gaan. Vorig jaar kon ik op hangen en wurgen de wedstrijd bij de elite net uitfietsen op dit polderrrondje. Voor mijn gevoel moest dat vandaag niet veel moeite zijn. Stiekem hoopte ik in het juiste groepje te belanden en zo een goede uitslag te rijden.

Een kwartier voor de start begint het te regenen. Al in de eerste ronde gaat het mis bij me. Bij het opdraaien van een viaduct zit ik rond de 30e positie. Er wordt hard omhoog gereden, maar doordat de wind op kop staat, valt het volledig stil voordat we boven zijn. Als een harmonica schuiven de renners voor me in elkaar. Ik probeer te remmen, maar glijd door. Diegene voor me gaat net iets naar links en mijn voorwiel komt in aanraking met zijn achterwiel. Ik voel me onderuit glijden en vlieg over de kop. Nadat ik overeind ben gekrabbeld, weet ik het gelijk. Zo voelt een sleutelbeenbreuk dus..De vele schaafwonden zijn door het natte wegdek gelukkig enkel oppervlakkig en zullen snel herstellen. Bijna 3 uur zit ik vervolgens in het ziekenhuis op de ‘spoedeisende’ hulp. Uiteraard blijkt er op de foto’s dat het gebroken is, dat voel ik zelf ook wel! Leuk dat ik in die 3 uur bij 5 verschillende personen moet laten zien (en ik dus mag voelen) wat ik met mijn arm kan. Telkens voel ik die botjes langs elkaar gaan en wordt mijn pijngrens weer eens opgerekt..Alsof ze weten dat ik niet vies ben van een beetje pijn, krijg ik 3,5 uur na mijn val eindelijk mijn eerste pijnstillers..2 * paracetamol.

De volgende dag, na welgeteld 20 minuten WEL te hebben geslapen en de rest van de pijn rechtop in mijn bed zat, belt de chirurg me op dat deze type breuk wellicht toch het beste geopereerd kan worden. Volgende week ben ik aan de beurt voor een plaatje en wat schroeven..

De vorige keer schreef ik nog, laat juni maar beginnen…nou van mij mag het alweer augustus zijn! Op naar de Criq.

Leon    

Reacties
Reactie van Gerard (29-06-2011, 20:32)
Wat heb je misdaan dat de pechduivel het steeds op jou gemunt heeft? Laat de chirurg een carbon plaatje inbrengen. Dat scheelt gewicht.
Reageren
Naam  *
E-mail
Bericht  *

De weersverwachting vandaag
weer buienradar »   vooruitzichten » twitter Cycloteam
Hoofdsponsor: