Learning the hard way …
Uiteraard mocht héél de wereld mijn ‘enorme prestatie’ van mijn Limburgs (Cauberg Clinic) avontuur te weten komen. Hield dus ook geen spreekwoordelijk blad voor mijn mond als het over (bergop)fietsen ging. Na 23 oktober 2004 was het natuurlijk wel weer over met de Spartaanse trainingen. Ik had immers geen doel meer voor me. Wel moest ik nog half november een SMA test ondergaan. Ik had nu de knoop doorgehakt en had mij aangemeld bij de Hoekse Renners. Vanaf komend seizoen zal ik de Amateurs B het leven zuur gaan maken.
Een paar weken niet echt gefietst, betekent bij mij ook daadwerkelijk niet echt gefietst. Dus maximaal 1 keer per week op de fiets of tacx gezeten. Snap ook nooit waarom al die renners daar zo moeilijk over doen. Heb inmiddels al zo vaak gehoord van: ‘tja, afgelopen week vanwege een verkoudheidje amper gefietst. Was dus logisch dat ik vandaag niet mee kon’. Bullshit! Ten eerste, heeft deze renner dan zeker te weten die week MEER gefietst dan ik en ten tweede, geef een verkoudheidje toch niet de schuld van het feit dat je gewoon niet beter kon! Door een verkoudheidje rijd je echt niet minder…dat komt hoogstens omdat je daar zelf in ben gaan geloven! (was even een zijstraatje…)
Die SMA test. Tja, gewicht was wel al béhoorlijk afgenomen in die paar maanden. In juni tijdens mijn exotische huwelijksreis tikte ik op de weegschaal in Maleisië nog 82 kg. en nu 78. Het wattage dat ik tijdens de SMA test leverde zei me natuurlijk niet veel, had een max. wattage van 375. Dit wel op gewone sportschoenen zonder toeclips. Echt profi was dit dus niet. Natuurlijk gelijk na afloop van deze test het internet afspeuren en vervolgens een behoorlijke emotionele dip te verwerken. De top zat namelijk ruim boven de 500 en dat was dus wel een aanmerkelijk verschilletje.
Ach, prof worden was ook niet de (primaire) doelstelling. Al had ik wel een gevoel dat ik die Rabo’s nog even moesten laten zien dat me beter WEL hadden kunnen bellen! Ook wilde ik komend jaar lekker mee kunnen doen bij de B’s. Tenslotte ging mijn 1e wedstrijdje bij de Mol ook best aardig. In januari 2005 was het eindelijk zover, er werd op zaterdagmiddag weer een wedstrijdje gehouden bij De Mol. Vol goede moed ging ik hier dus ook naar toe en wist bij de B-groep nog in de sprint mee te doen. Ergens rond de 10e plek was volgens mij de uitslag en had na afloop toch een voldaan gevoel. In een peloton rijden, stelde niet echt veel voor, was mijn beperkte mening na afloop. Kreeg later wel te horen dat ik de bochten natuurlijk vierkant aansneed en diverse keren moesten er renners noodgedwongen van hun lijn afwijken of in de remmen knijpen….Ach, dit was 1 groot leerproces.
Na afloop liet ik in de kantine tegen een paar andere Hoekse Renners ontvallen dat ik hier nog wel een keertje zal winnen (de voetballer spreekt). Helaas ben ik deze belofte nog niet nagekomen. Een 2e plek was tot nu toe het hoogst haalbare.
Die dag erna was een dag om nooit te vergeten. Op de zondag vertrok er altijd een gemêleerd groepje renners (van Amateurs C tot Elite) vanaf het clubgebouw bij Kuipersveer (Puttershoek) om het eerste uur een beetje warm te rijden achter de toerclub. En vervolgens daarna volle bak elkaar op de pijnbank leggen. Deze zondag stond er 1 ding van te voren vast. De pijnbank was een nog te lichte straf voor een renner met zo’n grote bek, dus vandaag was het VIERENDELEN. Alleen wist ik nog niet dat ik diegene was die tussen de trekpaarden kwam te zitten…
Moet er nu nog om lachen als ik daar weer aan terug denk. En het mooie is, diegene die dit allemaal bekokstoofd hadden die liggen na het lezen hiervan ook weer dubbel! Geldt ook dat zij tevens moeten toegeven dat het behoorlijk langer heeft geduurd voordat ik er daadwerkelijk af werd gereden. Andere renners die niet van deze martelmethode op de hoogte waren, gaven er al eerder de brij aan. Het tempo werd ook moordend hoog gehouden en uiteraard werd ik zoveel mogelijk in de wind gezet, moest ik langer op kop blijven, trokken ze net even wat harder door als ik van kop afkwam etc. Nu herken ik het allemaal wel. Toen was het niet anders dan een déjà vu naar de mensontberende trainingen die ik mezelf richting de Cauberg Clinic voorschotelde. Rood, roder, roodst…bloedrood…bloeddoorlopen rood ..en bijna dood..
De renners die me toen echt fysiek pijn hebben gedaan, zijn overigens later wel mijn koersmaten geworden en kon ik ze (gelukkig) later op trainingskampen en in de trainingen zelf ook pijn doen…Wat een mooie sport is het toch!
Na enkel intensieve trainingen, zowel de vaste zaterdagrit op De Mol als het Rondje Hoekse Waard op de zondag, gecombineerd met 1 keer tacxsen in de week, was ik mentaal klaar voor het 1e wedstrijdseizoen.
Ik had in de wandelgangen al te horen gekregen dat een KWNU Amateur B wedstrijd weer van een heel ander kaliber was dan het trainingswedstrijdje op de zaterdag. Zo eigenwijs als ik ben, geloofde ik dat natuurlijk niet op voorhand. Zelf ging ik achter het internet zitten en zocht naar uitslagen van de renners bij De Mol die ook steeds voorin te vinden waren. Walter Koster was toen bijvoorbeeld een bekende bij de Amateurs B. Hij reed toen ook erg sterk bij De Mol, maar ik was zeker niet veel minder dan hem. Tenminste dat dacht ik.
Dat wielrennen iets meer is dan alleen hardtrappen, bleek wel tijdens mijn 1e ‘echte’ wedstrijden. Maar voordat het wedstrijdseizoen een aftrap nam, kwam in maart 2005 eerst nog het 1e trainingskamp met de Hoekse Renners. Ook weer een mooie leerschool….
Hierover later meer!


